from KBC (EBR:KBC)
KBC Groep: Resultaat vierde kwartaal van 1 003 miljoen euro
KBC Groep: Resultaat vierde kwartaal van 1 003 miljoen euro
KBC Groep – overzicht (geconsolideerd, IFRS) 4KW2025 3KW2025 4KW2024 FY2025 FY2024
| 4KW2025 | 3KW2025 | 4KW2024 | FY2025 | FY2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nettoresultaat (in miljoenen euro) | 1 003 | 1 002 | 1 116 | 3 568 | 3 415 |
| Gewone winst per aandeel (in euro) | 2,44 | 2,44 | 2,75 | 8,70 | 8,33 |
| Nettoresultaat per divisie (in miljoenen euro) | |||||
| België | 674 | 589 | 487 | 2 151 | 1 846 |
| Tsjechië | 231 | 244 | 238 | 922 | 858 |
| Internationale Markten | 205 | 237 | 175 | 814 | 751 |
| Groepscenter | -107 | -68 | 215 | -318 | -40 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel (in euro, per einde periode) | 64,0 | 60,8 | 56,6 | 64,0 | 56,6 |
Persbericht
Buiten beurstijd - Gereglementeerde informatie*
Brussel, 12 februari 2026 (07.00 CET)
" We boekten een uitstekende nettowinst van 1 003 miljoen euro in het laatste kwartaal van 2025. Vergeleken met het vorige kwartaal profiteerden onze totale opbrengsten van verschillende factoren, waaronder hogere nettorente-inkomsten, een gestegen trading- en reëlewaarderesultaat, hogere verzekeringsinkomsten en nettoprovisie-inkomsten, wat onze sterke inkomstendiversificatie duidelijk illustreert. Ten opzichte van het vorige boekjaar stegen de totale opbrengsten met 9%, ruim boven het door ons vooropgestelde cijfer. Onze kredietportefeuille bleef groeien en steeg met 1% op kwartaalbasis en maar liefst 7% op jaarbasis. Als we de volatiele kortetermijndeposito's met lage marges bij de buitenlandse vestigingen van KBC Bank buiten beschouwing laten, stegen de klantendeposito's met 2% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 3% ten opzichte van een jaar geleden. De exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen stegen ten opzichte van het vorige kwartaal, maar bleven in overeenstemming met onze verwachtingen voor het hele jaar, na uitsluiting van de wisselkoerseffecten. De lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering waren iets lager, terwijl de kosten voor waardeverminderingen op kredieten hoger waren dan in het vorige kwartaal. De kredietkostenratio bedroeg een gunstige 13 basispunten voor heel 2025, ruim onder ons richtcijfer. Als we de resultaten van de vier kwartalen van 2025 bij elkaar optellen, komt onze nettowinst voor het hele jaar uit op 3 568 miljoen euro, een stijging van 18% ten opzichte van een jaar geleden, als we het eenmalige belastingvoordeel van 318 miljoen euro met betrekking tot het vertrek uit Ierland en de eenmalige winst van 79 miljoen euro geboekt onder 'Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint-ventures', beide in boekjaar 2024, buiten beschouwing laten. Onze solvabiliteitspositie bleef sterk, met een unfloored fully loaded common equity ratio volgens Bazel IV van 14,9% eind december 2025. Onze liquiditeitspositie bleef ook erg solide, zoals blijkt uit een LCR van 159% en een NSFR van 138%. Onze Raad van Bestuur heeft besloten om een totaal brutodividend van 5,1 euro per aandeel voor te stellen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor het boekjaar 2025. Dat bedrag omvat een interim-dividend van 1 euro per aandeel dat al in november 2025 werd uitbetaald en de resterende 4,1 euro per aandeel die in mei 2026 zal worden uitbetaald. Als we het voorgestelde dividend van 5,1 euro per aandeel en de additional tier 1-coupon meerekenen, bedraagt de uitkeringsratio 60% van de nettowinst van 2025. De afgelopen maanden hebben we ook aanzienlijke vooruitgang geboekt in de uitvoering van onze strategie. We hebben niet alleen de overname van 365.bank in Slowakije afgerond, maar ook die van Business Lease in Tsjechië en Slowakije. Het gecombineerde effect van ongeveer 50 basispunten op onze kapitaalpositie zal worden verwerkt in het eerste kwartaal van 2026. We streven ernaar om voorop te lopen op het gebied van digitale innovatie en zijn daarom erg blij dat Kate, onze AI-gestuurde persoonlijke digitale assistent, inmiddels 6 miljoen klanten heeft bereikt, een stijging van 13% ten opzichte van het jaar daarvoor, met een autonomie van 82% in België. We lanceerden de ecosfeer 'MyMobility', waarvoor we in de eerste maanden al 73 000 klanten hebben ingeschreven. Verder hebben we onze verwachtingen voor de korte en lange termijn geactualiseerd. Tegen 2028 willen we dat de totale inkomsten op jaarbasis gemiddeld ten minste 3,4 procentpunten hoger zijn dan de exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen, wat zal resulteren in een kosten-inkomstenratio van minder dan 38%. We behouden ook onze verwachting om een gecombineerde ratio van minder dan 91% in schadeverzekeringen te bereiken. Tot slot zijn we er trots op dat we inzake duurzaamheid voor het vierde opeenvolgende jaar zijn opgenomen in de CDP Climate A-lijst en ook voor het zevende opeenvolgende jaar in het S&P Global Sustainability Yearbook. Die erkenning onderstreept de leiderspositie van KBC op het vlak van duurzaamheidsrapportering en -actie. Ik wil graag al onze medewerkers oprecht bedanken voor hun bijdrage aan het voortdurende succes van onze groep. Ik wil ook al onze klanten, aandeelhouders en andere stakeholders bedanken voor hun vertrouwen en steun, en hen verzekeren dat we ons blijven inzetten om de referentie te zijn in bankverzekeren en innovatie in al onze thuismarkten."
Johan Thijs, Chief Executive Officer
Financiële hoofdlijnen van het vierde kwartaal van 2025
- De nettorente-inkomsten stegen met 5% op kwartaalbasis en met 12% op jaarbasis. De nettorentemarge voor het vierde kwartaal van 2025 bedroeg 2,11%, een stijging met 7 basispunten ten opzichte van het vorige kwartaal en met 3 basispunten op jaarbasis. De kredietvolumes stegen met 1% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 7% jaar-op-jaar. Als we de volatiele kortetermijndeposito's met lage marges bij de buitenlandse vestigingen van KBC Bank buiten beschouwing laten, stegen de klantendeposito's met 2% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 3% ten opzichte van een jaar geleden.
- Het resultaat uit hoofde van verzekeringsdiensten (verzekeringsinkomsten vóór afgestane herverzekering - lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten vóór afgestane herverzekering + nettoresultaat uit afgestane herverzekering) bedroeg 166 miljoen euro, tegenover 142 miljoen euro in het vorige kwartaal en 125 miljoen euro in hetzelfde kwartaal vorig jaar. Het verzekeringstechnisch resultaat voor het beschouwde kwartaal bestaat uit 107 miljoen euro voor schadeverzekeringen en 59 miljoen euro voor levensverzekeringen. De gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen voor het boekjaar 2025 kwam uit op een uitstekende 87%, tegenover 90% voor het boekjaar 2024. De verkoop van schadeverzekeringsproducten steeg met 11% op jaarbasis, terwijl de verkoop van levensverzekeringen met 26% steeg ten opzichte van het vorige kwartaal en met 46% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar.
- De nettoprovisie-inkomsten stegen met respectievelijk 2% en 4% ten opzichte van het vorige kwartaal en hetzelfde kwartaal een jaar geleden. In beide gevallen was de stijging vooral te danken aan hogere vergoedingen uit vermogensbeheeractiviteiten, deels tenietgedaan door lagere vergoedingen voor bankdiensten. Het beheerde vermogen steeg met 3% kwartaal-op-kwartaal en met 9% jaar-op-jaar.
- Het trading- en reëlewaarderesultaat en de verzekeringsfinancieringsbaten of - lasten stegen met 41 miljoen euro ten opzichte van het vorige kwartaal en met 52 miljoen euro ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. De overige netto-inkomsten waren lager dan normaal.
- De exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen stegen met 7% op kwartaalbasis en met 2% op jaarbasis. De bank- en verzekeringsheffingen stegen licht (met 2 miljoen euro) ten opzichte van het vorige kwartaal, maar daalden met 4 miljoen euro tegenover een jaar geleden. De exploitatiekosten voor het boekjaar 2025 exclusief de bank- en verzekeringsheffingen stegen met 2,8% (of 2,5% exclusief wisselkoerseffecten) ten opzichte van het boekjaar 2024, in overeenstemming met onze verwachting. De kosten-inkomstenratio voor het volledige jaar 2025 kwam uit op 46%, tegenover 47% voor heel 2024. Bij die berekening zijn bepaalde niet-operationele posten buiten beschouwing gelaten. Als we alle bank- en verzekeringsheffingen buiten beschouwing laten, bedroeg de kosten-inkomstenratio 41% voor het volledige jaar 2025, tegenover 43% voor heel 2024.
- De waardeverminderingen op kredieten bedroegen 73 miljoen euro, tegenover 45 miljoen euro in het vorige kwartaal en 50 miljoen euro in hetzelfde kwartaal een jaar geleden. Het cijfer voor het verslagkwartaal omvat een waardevermindering van 76 miljoen euro voor de kredietportefeuille (55 miljoen euro in het vorige kwartaal) en een vrijval van 3 miljoen euro uit de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden (tegenover een vrijval van 9 miljoen euro in het vorige kwartaal). De kredietkostenratio voor het volledige jaar 2025 bedroeg 0,13%, tegenover 0,10% voor heel 2024. De waardeverminderingen op andere activa dan kredieten bedroegen 48 miljoen euro in het verslagkwartaal, tegenover 5 miljoen euro in het vorige kwartaal en 28 miljoen euro in hetzelfde kwartaal van vorig jaar.
- De winstbelastingen bedroegen 285 miljoen euro, tegenover 267 miljoen euro in het vorige kwartaal en een positieve 96 miljoen euro in het laatste kwartaal van 2024. Dat laatste kwartaal werd toen beïnvloed door een eenmalig belastingvoordeel van 318 miljoen euro met betrekking tot het vertrek uit Ierland.
- Onze liquiditeitspositie bleef sterk met een LCR van 159% en NSFR van 138%. Onze kapitaalbasis bleef stevig, met een unfloored fully loaded common equity ratio van 14,9% (rekening houdend met het effect van de voorgestelde dividenduitkering).
* Voor de fully loaded common equity ratio vanaf 2025 focust KBC op de zogenaamde ‘unfloored’ fully loaded common equity ratio, die rekening houdt met de totale impact van Bazel IV op de risicogewogen activa, exclusief de impact van de output floor.
Overzicht van resultaten en balans
1 Ook Waardeverminderingen op kredieten genoemd
2 Exclusief niet-operationele posten. Het rendement op materieel eigen vermogen bedraagt 16% voor heel 2025, wanneer niet-operationele posten buiten beschouwing worden gelaten.
3 Voor de fully loaded common equity ratio vanaf 2025 focust KBC op de zogenaamde ‘unfloored’ fully loaded common equity ratio, die rekening houdt met de totale impact van Bazel IV op de risicogewogen activa, exclusief de impact van de output floor
Geconsolideerde winst-en-verliesrekening, IFRS, KBC Groep (vereenvoudigd; in miljoenen euro)
| 4KW2025 | 3KW2025 | 2KW2025 | 1KW2025 | 4KW2024 | FY2025 | FY2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nettorente-inkomsten | 1 608 | 1 527 | 1 509 | 1 421 | 1 433 | 6 065 | 5 574 |
| Verzekeringsinkomsten vóór afgestane herverzekering | 830 | 810 | 788 | 773 | 764 | 3 201 | 2 945 |
| Niet-leven | 705 | 688 | 667 | 648 | 640 | 2 709 | 2 482 |
| Leven | 125 | 122 | 121 | 125 | 124 | 492 | 463 |
| Dividendinkomsten | 23 | 12 | 33 | 9 | 13 | 77 | 57 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening en Verzekeringsfinancieringsbaten of -lasten | -22 | -62 | -34 | -45 | -74 | -163 | -168 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 725 | 707 | 667 | 690 | 700 | 2 789 | 2 578 |
| Overige netto-inkomsten | 39 | 47 | 77 | 67 | 27 | 230 | 181 |
| Totale opbrengsten | 3 203 | 3 041 | 3 041 | 2 915 | 2 863 | 12 200 | 11 167 |
| Exploitatiekosten (exclusief rechtstreeks toerekenbaar aan verzekeringscontracten) | -1 133 | -1 055 | -1 020 | -1 498 | -1 126 | -4 706 | -4 565 |
| Totale exploitatiekosten zonder bank- en verzekeringsheffingen | -1 224 | -1 143 | -1 125 | -1 106 | -1 201 | -4 599 | -4 474 |
| Totale bank- en verzekeringsheffingen | -51 | -49 | -27 | -539 | -55 | -666 | -623 |
| Min: exploitatiekosten toegerekend aan lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten | 142 | 138 | 132 | 148 | 131 | 559 | 532 |
| Lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten vóór afgestane herverzekering | -638 | -643 | -608 | -622 | -635 | -2 512 | -2 475 |
| Waarvan betaalde verzekeringsprovisies | -114 | -109 | -105 | -102 | -103 | -429 | -383 |
| Niet-leven | -573 | -578 | -541 | -543 | -561 | -2 235 | -2 179 |
| Leven | -65 | -66 | -67 | -79 | -74 | -276 | -296 |
| Nettoresultaat afgestane herverzekering | -26 | -25 | -15 | -9 | -4 | -75 | -17 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -120 | -51 | -124 | -38 | -78 | -334 | -248 |
| waarvan: op financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs en tegen reële waarde via other comprehensive income1 | -73 | -45 | -116 | -38 | -50 | -273 | -199 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint-ventures | 3 | 2 | 1 | 0 | -1 | 6 | 80 |
| Resultaat vóór belastingen | 1 289 | 1 269 | 1 275 | 747 | 1 020 | 4 580 | 3 941 |
| Belastingen | -285 | -267 | -257 | -202 | 96 | -1 010 | -527 |
| Resultaat na belastingen | 1 003 | 1 003 | 1 018 | 546 | 1 115 | 3 570 | 3 414 |
| toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 1 | -1 |
| toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 003 | 1 002 | 1 018 | 546 | 1 116 | 3 568 | 3 415 |
| Gewone winst per aandeel (in euro) | 2,44 | 2,44 | 2,50 | 1,32 | 2,75 | 8,70 | 8,33 |
| Verwaterde winst per aandeel (in euro) | 2,44 | 2,44 | 2,50 | 1,32 | 2,75 | 8,70 | 8,33 |
Kerncijfers geconsolideerde balans, IFRS, KBC Groep (in miljoenen euro)
| 31-12-2025 | 30-09-2025 | 30-06-2025 | 31-03-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Balanstotaal | 397 372 | 383 338 | 390 669 | 380 313 | 373 048 |
| Leningen en voorschotten aan klanten | 208 612 | 206 113 | 202 031 | 197 326 | 192 067 |
| Effecten (eigen vermogen- en schuldinstrumenten) | 88 980 | 85 310 | 85 490 | 84 419 | 80 339 |
| Deposito’s van klanten | 237 868 | 232 462 | 236 626 | 231 022 | 228 747 |
| Verplichtingen uit verzekeringscontracten | 17 423 | 17 152 | 17 022 | 16 912 | 17 111 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen | 16 998 | 16 433 | 15 757 | 15 631 | 15 671 |
| Totaal eigen vermogen | 27 985 | 27 019 | 26 229 | 25 191 | 24 311 |
Selectie van ratio’s, KBC Groep (geconsolideerd)
| FY2025 | FY2024 | |
|---|---|---|
| Rendement op eigen vermogen2 | 15% | 14% |
| Kosten-inkomstenratio, groep - excl. bepaalde niet-operationele posten - excl. volledige bank- en verzekeringsheffingen | 46% 41% | 47% 43% |
| Gecombineerde ratio, niet-levensverzekeringen | 87% | 90% |
| Common equity ratio (CET1), fully loaded (Bazel IV vanaf 2025, Danish Compromise, unfloored3) | 14,9% | 15,0% |
| Kredietkostenratio | 0,13% | 0,10% |
| Ratio impaired kredieten waarvan impaired kredieten > 90 dagen achterstallig | 1,8% 0,9% | 2,0% 1,0% |
| Net stable funding ratio (NSFR) | 138% | 139% |
| Liquidity coverage ratio (LCR) | 159% | 158% |
Analyse van het vierde kwartaal van 2025
Totale opbrengsten: 3 203 miljoen euro +5% kwartaal-op-kwartaal en +12% jaar-op-jaar
De nettorente-inkomsten bedroegen 1 608 miljoen euro, een stijging van 5% tegenover het vorige kwartaal en van 12% ten opzichte van vorig jaar. De stijging ten opzichte van het vorige kwartaal was toe te schrijven aan een hoger resultaat uit commerciële transformatie (dankzij het gecombineerde effect van stijgende herbeleggingsrentes, hogere gebenchmarkte depositovolumes en lagere externe rentes in sommige kernlanden), iets hogere inkomsten uit kredietverlening (voornamelijk volumegedreven, grotendeels tenietgedaan door druk op de kredietmarges in sommige kernlanden), hogere rente-inkomsten uit termijndeposito's van klanten (doordat het lagere volume, als gevolg van verschuivingen van termijndeposito's naar voornamelijk spaarrekeningen, meer dan gecompenseerd werd door hogere marges) en hogere rente-inkomsten uit dealingroom- en kortlopende cashmanagementactiviteiten. Deze posten werden deels gecompenseerd door lagere rente-inkomsten uit balansbeheeractiviteiten en hogere wholesalefinancieringskosten.
De stijging van 12% ten opzichte van vorig jaar was voornamelijk toe te schrijven aan een veel hoger resultaat uit commerciële transformatie, hogere inkomsten uit kredietverlening, hogere rente-inkomsten uit dealingroomactiviteiten, lagere achtergestelde financieringskosten en een positief wisselkoerseffect. Deze posten werden deels gecompenseerd door lagere rente-inkomsten uit balansbeheeractiviteiten, lagere rente-inkomsten uit termijndeposito's van klanten, hogere wholesalefinancieringskosten en lagere rente-inkomsten uit kortlopende cashmanagementactiviteiten.
De nettorentemarge bedroeg in het verslagkwartaal 2,11%, een stijging van 7 basispunten ten opzichte van het vorige kwartaal en 3 basispunten op jaarbasis (hogere nettorente-inkomsten, slechts gedeeltelijk gecompenseerd door de toename van de rentedragende activa). Het volume van klantenkredieten bedroeg 209 miljard euro en steeg met 1% op kwartaalbasis en 7% op jaarbasis, met stijgingen in elk kernland. De klantendeposito's bedroegen 238 miljard euro en zijn, op het eerste gezicht, 2% gestegen op kwartaalbasis en ook op jaarbasis. Als we de volatiele kortetermijndeposito's met lage marges bij de buitenlandse vestigingen van KBC Bank buiten beschouwing laten (die een gevolg zijn van cashmanagementopportuniteiten op korte termijn), stegen de klantendeposito's met 2% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 3% ten opzichte van een jaar geleden. In de bovenstaande groeicijfers zijn de wisselkoerseffecten buiten beschouwing gelaten.
Voor een indicatie van de verwachte nettorente-inkomsten in 2026 en de volgende jaren verwijzen we naar het deel 'Onze verwachtingen'.
Het verzekeringstechnisch resultaat (verzekeringsinkomsten vóór afgestane herverzekering - lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten vóór afgestane herverzekering + nettoresultaat uit afgestane herverzekering; deze laatste twee posten maken geen deel uit van de totale opbrengsten) bedroeg 166 miljoen euro en bestaat uit 107 miljoen euro voor schadeverzekeringen en 59 miljoen euro voor levensverzekeringen.
Het resultaat uit schadeverzekeringen steeg met 23% op kwartaalbasis, doordat hogere verzekeringsinkomsten en lagere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten (lagere schadeclaims) gedeeltelijk werden tenietgedaan door een iets lager herverzekeringsresultaat. Het steeg met 41% op jaarbasis door hogere verzekeringsinkomsten, deels tenietgedaan door hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten in combinatie met een lager herverzekeringsresultaat. Het resultaat uit hoofde van levensverzekeringsdiensten steeg met 7% op kwartaalbasis door hogere verzekeringsinkomsten en lagere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten. Het steeg met 20% op jaarbasis door een combinatie van lagere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten en stabiele verzekeringsinkomsten.
De gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen kwam uit op een uitstekende 87% voor het boekjaar 2025, tegenover 90% voor het boekjaar 2024. De verkoop van schadeverzekeringen kwam uit op 654 miljoen, 11% meer dan een jaar geleden, met groei in alle landen en alle belangrijke takken. De verkoop van levensverzekeringsproducten bereikte een recordniveau van 1 065 miljoen euro, een stijging van 26% ten opzichte van het vorige kwartaal (dankzij commerciële campagnes gekoppeld aan de belangrijke vervaldagen van termijndeposito's en het traditioneel hoge volume van fiscaal geïnspireerde pensioenspaarproducten in het vierde kwartaal in België, evenals campagnes voor koopsomproducten in Centraal- en Oost-Europese landen) en een stijging van 46% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar (hogere verkoop van tak 21-, tak 23- en hybride producten). In totaal bedroeg het aandeel van tak 21- en tak 23-producten in onze verkoop van levensverzekeringen in het afgelopen kwartaal respectievelijk 48% en 45%. De rest bestond uit hybride producten (voornamelijk in België en Tsjechië).
Voor een indicatie van de verwachte verzekeringsinkomsten en de gecombineerde ratio in 2026 en de volgende jaren verwijzen we naar het deel 'Onze verwachtingen'.
De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 725 miljoen euro, dat is een stijging van 2% kwartaal-op-kwartaal en van 4% jaar-op-jaar. In beide gevallen was de stijging voornamelijk te danken aan de vergoedingen voor vermogensbeheeractiviteiten (deels als gevolg van een hogere gemiddelde vermogensbasis), hogere distributievergoedingen gekoppeld aan verzekeringen en een positief wisselkoerseffect, gedeeltelijk gecompenseerd door lagere vergoedingen voor bankactiviteiten (aangezien de hogere vergoedingen voor effectendiensten en betalingsdiensten meer dan tenietgedaan werden door hogere betaalde distributievergoedingen voor bankproducten, hogere klantenbeloningen en de coupon betaald op de eerste SRT-uitgifte van KBC). We wijzen erop dat ongeveer 15 miljoen euro aan nettoprovisie-inkomsten in het verslagkwartaal toe te schrijven was aan bepaalde eindejaarseffecten (gekoppeld aan de resultaten van het Tsjechische pensioenfonds) en daarom niet geëxtrapoleerd mag worden naar de toekomst.
Eind december 2025 bedroeg ons totale beheerde vermogen 300 miljard euro, een stijging van 3% op kwartaalbasis dankzij de positieve marktprestaties in het kwartaal (+2 procentpunten) in combinatie met de positieve invloed van de netto-instroom (+1 procentpunt). Het beheerde vermogen steeg met 9% jaar-op-jaar, waarbij de netto-instroom goed was voor 5 procentpunten en de positieve marktprestatie tijdens de afgelopen twaalf maanden voor 4 procentpunten. De netto-instroom van direct-klantengeld eindigde op een recordhoogte in 2025 (6 miljard euro).
Het trading- en reëlewaarderesultaat en de verzekeringsfinancieringsbaten of -lasten bedroegen -22 miljoen euro, een stijging van 41 miljoen euro kwartaal-op-kwartaal en van 52 miljoen euro jaar-op-jaar. In beide gevallen was dat voornamelijk het gevolg van een hoger resultaat uit derivaten gebruikt voor balansbeheer.
De overige inkomstenposten omvatten dividendinkomsten van 23 miljoen euro en overige netto-inkomsten van 39 miljoen euro, lager dan de normale run rate van 50 miljoen euro.
Exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen: 1 224 miljoen euro +7% kwartaal-op-kwartaal en +2% jaar-op-jaar
De exploitatiekosten zonder bank- en verzekeringsheffingen bedroegen 1 224 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2025, een stijging van 7% ten opzichte van het vorige kwartaal en van 2% ten opzichte van een jaar geleden (of 1% als we de wisselkoerseffecten buiten beschouwing laten). De stijging ten opzichte van het vorige kwartaal was grotendeels te wijten aan hogere ICT-kosten, seizoensgebonden hogere marketinguitgaven en professionele vergoedingen, en hogere facilitaire uitgaven en afschrijvingen.
De stijging ten opzichte van vorig jaar werd voornamelijk veroorzaakt door hogere personeelskosten, ICT-kosten, marketingkosten en een negatief wisselkoerseffect.
De bank- en verzekeringsheffingen bedroegen 51 miljoen euro in het beschouwde kwartaal, tegenover 49 miljoen euro in het vorige kwartaal en 55 miljoen euro in hetzelfde kwartaal vorig jaar. De 51 miljoen euro in het verslagkwartaal had voornamelijk betrekking op bijkomende nationale bankheffingen (voornamelijk in Hongarije).
De exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen stegen op jaarbasis met 2,8% tot 4,6 miljard euro. Als we het wisselkoerseffect buiten beschouwing laten, bedroeg de stijging 2,5% op jaarbasis, in overeenstemming met onze verwachting.
Als we bepaalde niet-operationele posten buiten beschouwing laten, bedroeg de kosten-inkomstenratio voor het boekjaar 2025 46%, tegenover 47% voor het boekjaar 2024. Als we alle bank- en verzekeringsheffingen buiten beschouwing laten, bedroeg de kosten-inkomstenratio 41%, tegenover 43% voor heel 2024.
Voor een indicatie van de verwachte exploitatiekosten in 2026 en de volgende jaren verwijzen we naar het deel 'Onze verwachtingen'.
Waardeverminderingen op kredieten: 73 miljoen euro nettowaardevermindering tegenover een nettowaardevermindering van 45 miljoen euro in het vorige kwartaal en van 50 miljoen euro in hetzelfde kwartaal vorig jaar
In het verslagkwartaal boekten we een nettowaardevermindering op kredieten van 73 miljoen euro, tegenover een nettowaardevermindering van 45 miljoen euro in het vorige kwartaal en van 50 miljoen euro in hetzelfde kwartaal van vorig jaar. De nettowaardevermindering in het verslagkwartaal bestond uit:
- een bijzondere waardevermindering van 76 miljoen euro met betrekking tot de kredietportefeuille (tegenover 55 miljoen euro in het vorige kwartaal);
- een terugname van 3 miljoen euro in verband met de aanpassing van de reserve voor geopolitieke en macro- economische onzekerheden (tegenover een terugname van 9 miljoen euro in het vorige kwartaal). Bijgevolg bedroeg de resterende reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden 100 miljoen euro eind december 2025.
De kredietkostenratio bedroeg 0,13% voor heel 2025 (eveneens 0,13% zonder de wijzigingen in de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden), tegenover 0,10% voor heel 2024 (0,16% zonder de wijzigingen in de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden), ruim onder ons richtcijfer. Eind december 2025 stond 1,8% van onze totale kredietportefeuille te boek als impaired (categorie 3), tegenover 2,0% eind 2024. De impaired kredieten die meer dan 90 dagen achterstallig zijn, bedroegen 0,9% van de kredietportefeuille, tegenover 1,0% eind 2024.
Voor een indicatie van de verwachte kredietkostenratio in 2026 en de volgende jaren verwijzen we naar het deel 'Onze verwachtingen'.
De waardeverminderingen op andere activa dan kredieten bedroegen 48 miljoen euro in het verslagkwartaal, tegenover 5 miljoen euro in het vorige kwartaal en 28 miljoen euro in hetzelfde kwartaal van vorig jaar. Het cijfer voor het verslagkwartaal bevatte voornamelijk waardeverminderingen met betrekking tot software (26 miljoen euro), een waardevermindering van 9 miljoen euro in verband met modificationverliezen voor het ondersteuningsprogramma voor hypothecaire leningen in Slowakije en waardeverminderingen op goodwill van 7 miljoen euro.
Nettoresultaat per divisie
België 674 miljoen euro; Tsjechië 231 miljoen euro; Internationale Markten 205 miljoen euro; Groepscenter -107 miljoen euro
België: het nettoresultaat (674 miljoen euro) steeg met 14% op kwartaalbasis, door het gecombineerde effect van:
- hogere totale opbrengsten (door hogere nettorente-inkomsten, een hoger trading- en reëlewaarderesultaat, hogere verzekeringsinkomsten, dividendinkomsten en nettoprovisie-inkomsten, gedeeltelijk tenietgedaan door lagere overige netto-inkomsten);
- een hoger kostenniveau;
- lagere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering;
- lagere waardeverminderingen.
Tsjechië: het nettoresultaat (231 miljoen euro) daalde met 5% ten opzichte van het vorige kwartaal (6% wanneer geen rekening wordt gehouden met wisselkoerseffecten) door het gecombineerde effect van:
- hogere totale opbrengsten (vooral dankzij hogere nettorente-inkomsten, overige netto-inkomsten en verzekeringsinkomsten);
- een hoger kostenniveau (maar stabiel wanneer geen rekening wordt gehouden met wisselkoerseffecten);
- iets hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering;
- hogere waardeverminderingen.
Internationale Markten: het nettoresultaat van 205 miljoen euro is als volgt verdeeld: 17 miljoen euro in Slowakije, 116 miljoen euro in Hongarije en 72 miljoen euro in Bulgarije. Voor de hele divisie daalde het nettoresultaat met 14% ten opzichte van het vorige kwartaal door het gecombineerde effect van:
- hogere totale opbrengsten (voornamelijk dankzij hogere nettorente-inkomsten, een hoger trading- en reëlewaarderesultaat, hogere nettoprovisie-inkomsten en verzekeringsinkomsten);
- hogere kosten;
- hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering;
- hogere waardeverminderingen.
Groepscenter: het nettoresultaat (-107 miljoen euro) was 39 miljoen euro lager dan dat van het vorige kwartaal, door:
- lagere totale opbrengsten (daling voornamelijk in trading- en reëlewaarderesultaat en overige netto-inkomsten);
- hogere kosten;
- iets hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering;
- een nettoterugname van bijzondere waardeverminderingen ten opzichte van min of meer stabiele bijzondere waardeverminderingen in het voorgaande kwartaal.
In het deel ‘Additional information’ van het kwartaalverslag vindt u een volledige resultatentabel. Een korte analyse van de resultaten per divisie vindt u in onze analistenpresentatie op www.kbc.com.
1 Een negatief cijfer duidt op een nettoterugname van de voorziening voor waardeverminderingen (met een positieve invloed op de resultaten). Zie Glossarium van ratio's en termen in het kwartaalverslag.
2 Exclusief aanvullende verzekeringsbelastingen in Hongarije bedroeg de gecombineerde ratio 93% voor heel 2024 en 88% voor heel 2025.
België Tsjechië Internationale Markten Selectie van ratio’s per divisie
| FY2025 | FY2024 | FY2025 | FY2024 | FY2025 | FY2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kosten-inkomstenratio - excl. niet-operationele elementen - excl. volledige bank- en verzekeringsheffingen | 43% 39% | 44% 41% | 42% 41% | 45% 43% | 45% 37% | 46% 38% |
| Gecombineerde ratio, niet-levensverzekeringen | 86% | 88% | 87% | 86% | 90%2 | 96%2 |
| Kredietkostenratio1 | 0,13% | 0,19% | 0,10% | -0,09% | 0,18% | -0,08% |
| Ratio van impaired kredieten | 1,8% | 2,0% | 1,3% | 1,3% | 1,7% | 1,6% |
Solvabiliteit en liquiditeit
Common equity ratio 14,9%, LCR 159%, NSFR 138%
Eind december 2025 bedroeg ons totale eigen vermogen 28,0 miljard euro, waarvan 25,4 miljard euro eigen vermogen van de aandeelhouders was, 2,5 miljard euro additional tier 1-instrumenten en 0,1 miljard euro minderheidsbelangen. Het totale eigen vermogen steeg met 3,7 miljard euro ten opzichte van eind 2024. Dat kwam door het gecombineerde effect van:
- de opname van de winst voor het boekjaar 2025 (+3,6 miljard euro);
- de betaling van het slotdividend voor 2024 (in mei 2025) en van het interim-dividend voor 2025 in november 2025 (-1,6 miljard euro);
- hogere herwaarderingsreserves (+1,1 miljard euro);
- een nettostijging van uitstaande additional tier 1-instrumenten (+0,6 miljard euro);
- een aantal kleinere posten.
We hebben deze wijzigingen toegelicht in het deel Geconsolideerde jaarrekening van het kwartaalverslag, onder Geconsolideerde vermogensmutaties.
In het boekjaar 2025 stegen de risicogewogen activa met 9,5 miljard euro tot 129,5 miljard euro, voornamelijk door de toepassing van Bazel IV en (krediet)volumegroei.
Onze solvabiliteitspositie bleef sterk, zoals blijkt uit een unfloored fully loaded common equity ratio (CET1) van 14,9% volgens Bazel IV op 31 december 2025, tegenover 15,0% volgens Bazel III eind december 2024 (wat overeenkomt met 14,6% volgens Bazel IV). De solvabiliteitsratio van KBC Verzekeringen volgens het Solvency II- kader bedroeg eind december 2025 227%, tegenover 200% eind 2024. Voor meer details over de solvabiliteit, zie 'Solvabiliteit' in het deel 'Overige informatie' van het kwartaalverslag.
Het dividendbeleid en kapitaalaanwendingsbeleid worden uitgelegd in het deel 'Onze verwachtingen' van dit verslag. In overeenstemming met dat beleid heeft onze Raad van Bestuur besloten om een totaal brutodividend van 5,1 euro per aandeel voor te stellen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor het boekjaar 2025. Dat bedrag omvat een interim-dividend van 1 euro per aandeel dat al in november 2025 werd uitbetaald en de resterende 4,1 euro per aandeel die in mei 2026 zal worden uitbetaald. Als we het voorgestelde dividend en de additional tier 1- coupon meerekenen, bedraagt de uitkeringsratio 60% van de nettowinst van 2025.
De overnames van zowel 365.bank in Slowakije als Business Lease in Tsjechië en Slowakije, die beide werden afgerond in de eerste weken van 2026, zullen samen een impact hebben op het kapitaal van ongeveer -50 basispunten in het eerste kwartaal van 2026.
Ook onze liquiditeitspositie bleef uitstekend, wat zich uit in een LCR-ratio van 159% en een NSFR-ratio van 138%, tegenover respectievelijk 158% en 139% eind 2024. Die cijfers liggen allemaal ruim boven het wettelijke minimum van 100%.
Analyse van het boekjaar 2025
Nettoresultaat voor boekjaar 2025: 3 568 miljoen euro een stijging met 4% jaar-op-jaar
Hoofdlijnen (vergeleken met boekjaar 2024, tenzij anders vermeld):
- Nettorente-inkomsten: 9% gestegen tot 6 065 miljoen euro (een stijging van 8% wanneer het wisselkoerseffect buiten beschouwing wordt gelaten), hoger dan de verwachting van 'minstens 5,95 miljard euro'. Dit was voornamelijk toe te schrijven aan het veel hogere resultaat uit commerciële transformatie, hogere rente-inkomsten uit kredietverlening, hogere rente-inkomsten uit dealingroomactiviteiten, lagere kosten verbonden aan de minimaal vereiste reserves aangehouden bij centrale banken, lagere achtergestelde financieringskosten en een positief wisselkoerseffect. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door lagere rente- inkomsten met betrekking tot de financiering van termijndeposito's van klanten, lagere rente-inkomsten uit balansbeheer en, in mindere mate, kortlopende cashmanagementactiviteiten en hogere wholesalefinancieringskosten. Als we de wisselkoerseffecten buiten beschouwing laten, steeg het volume van consumentenkredieten met 7%, terwijl de klantendeposito's (exclusief de volatiele kortetermijndeposito's met lage marges bij de buitenlandse vestigingen van KBC Bank) met 3% stegen op jaarbasis. De nettorentemarge voor het volledige jaar 2025 bedroeg 2,07%, een daling met 1 basispunt ten opzichte van een jaar geleden.
- Het verzekeringstechnisch resultaat (verzekeringsinkomsten vóór afgestane herverzekering - lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten vóór herverzekering + nettoresultaat uit afgestane herverzekering) steeg met 36% tot 615 miljoen euro. De gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen voor heel 2025 bedroeg een uitstekende 87%, tegenover 90% voor het boekjaar 2024. De verkoop van schadeverzekeringen steeg met 9% (8% als we het wisselkoerseffect buiten beschouwing laten) tot 2 769 miljoen euro, met stijgingen in alle belangrijke takken, terwijl de verkoop van levensverzekeringen met 23% steeg tot 3 576 miljoen euro, dankzij de hogere verkoop van tak 23-, tak 21- en hybride producten.
- De nettoprovisie-inkomsten: stegen met 8% (eveneens 8% als we het wisselkoerseffect buiten beschouwing laten) tot 2 789 miljoen euro. Dit was toe te schrijven aan hogere vergoedingen voor vermogensbeheerdiensten en voor bankdiensten (voornamelijk betalingsdiensten, netwerkinkomsten en effectendiensten). Eind december 2025 was het totale beheerde vermogen met 9% gestegen tot 300 miljard euro door een combinatie van netto-instroom en het effect van een positieve marktprestatie jaar-op-jaar (goed voor respectievelijk +5 en +4 procentpunten). De netto-instroom van direct-klantengeld eindigde op een recordhoogte in 2025 (6 miljard euro).
- Het trading- en reëlewaarderesultaat en de verzekeringsfinancieringsbaten of -lasten stegen met 5 miljoen euro tot -163 miljoen euro. Dit was voornamelijk het gevolg van een hoger resultaat uit derivaten gebruikt voor balansbeheer, een minder negatieve marktwaardeaanpassing (xVA), deels gecompenseerd door een lager FIFV dealingroomresultaat en een negatieve trend in verzekeringsfinancieringsbaten en -lasten (voornamelijk door opgelopen rente op de sterk groeiende verzekeringsportefeuille).
- Alle overige inkomsten samen stegen met 29% tot 307 miljoen euro, dankzij hogere overige netto-inkomsten en hogere dividendinkomsten.
- De exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen stegen met 2,8% tot 4 599 miljoen euro (een stijging van 2,5% als we het wisselkoerseffect buiten beschouwing laten) in overeenstemming met onze verwachting. Exclusief Ierland en eenmalige kosten in Bulgarije (als gevolg van de integratie van Raiffeisenbank Bulgaria en kosten voor de invoering van de euro) in zowel boekjaar 2024 als boekjaar 2025 stegen de exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen met 3,6% op jaarbasis (en met 3,2% op jaarbasis exclusief wisselkoerseffecten). De stijging ten opzichte van de referentieperiode was voornamelijk toe te schrijven aan hogere personeelskosten (loondrift), afschrijvingskosten en diverse andere kosten. De bank- en verzekeringsheffingen bedroegen 666 miljoen euro, 7% meer dan vorig jaar. De kosten- inkomstenratio voor het boekjaar 2025 bedroeg 46% wanneer bepaalde niet-operationele posten buiten beschouwing worden gelaten (47% voor boekjaar 2024). Wanneer de bank- en verzekeringsheffingen volledig buiten beschouwing worden gelaten, bedroeg de kosten-inkomstenratio voor de verslagperiode 41% (43% voor boekjaar 2024).
- Waardeverminderingen op kredieten: een nettowaardevermindering van 273 miljoen euro, tegenover een nettowaardevermindering van 199 miljoen euro in de referentieperiode. Het boekjaar 2025 omvatte een waardevermindering van 290 miljoen euro voor de kredietportefeuille (waarvan 52 miljoen euro betrekking had op de verlaging van het backstoptekort voor non-performing kredieten in België) en een terugname van 17 miljoen euro in de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden (tegenover respectievelijk een waardevermindering van 333 miljoen euro en een terugname van 134 miljoen euro in de referentieperiode). Daardoor bedroeg de kredietkostenratio 0,13%, tegenover 0,10% voor heel 2024. De waardeverminderingen op andere activa dan kredieten bedroegen 61 miljoen euro, tegenover 49 miljoen euro in de referentieperiode.
- Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures daalde met 74 miljoen euro tot 6 miljoen euro, omdat de referentieperiode een eenmalige meerwaarde van 79 miljoen euro omvatte (met betrekking tot Isabel).
- Het nettoresultaat van 3 568 miljoen euro voor 2025 kan als volgt worden uitgesplitst: 2 151 miljoen euro voor divisie België (305 miljoen euro meer dan dezelfde periode vorig jaar), 922 miljoen euro voor divisie Tsjechië (een stijging van 48 miljoen euro, exclusief wisselkoerseffecten), 814 miljoen euro voor divisie Internationale Markten (een stijging van 64 miljoen euro exclusief wisselkoerseffecten) en -318 miljoen euro voor het Groepscenter (een daling van 278 miljoen euro, omdat in 2024 een belastingvoordeel van 0,3 miljard euro werd geboekt met betrekking tot de liquidatie van KBC Bank Ireland).
Vergelijking met eerder gepubliceerde verwachtingen voor FY2025
| Verwachtingen voor 2025 | Gerealiseerd in 2025 |
|---|---|
| Totale opbrengsten | minstens +7,5% +9,2% |
| Nettorente-inkomsten | minstens 5,95 miljard euro 6.07 miljard euro |
| Organische groei van het kredietvolume | ongeveer +7,5% +7,4% |
| Verzekeringsinkomsten (vóór afgestane herverzekering) | minstens +7% +8,7% |
| Exploitatiekosten (exclusief bank- en verzekeringsheffingen) | minder dan +2,5% +2,8% (+2,5% zonder wisselkoers effect) |
| Gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen | minder dan 91% 87% |
| Kredietkostenratio | ruim onder 25-30 basispunten 13 basispunten |
ESG-ontwikkelingen, risicoverklaring en economische visie
ESG-ontwikkelingen
Bij KBC erkennen we het belang van transparante duurzaamheidsrapportering en we tonen dit engagement al vele jaren consequent, zoals onze 25e deelname aan de S&P Global CSA duidelijk aantoont. Duidelijke en consistente informatieverschaffing blijft essentieel voor geïnformeerde besluitvorming en voor het behalen van onze duurzaamheidsdoelstellingen. Net zoals vorig jaar, en in overeenstemming met de Corporate Sustainability Reporting-richtlijn (CSRD) zullen we opnieuw onze Duurzaamheidsverklaring voor het verslagjaar 2025 publiceren als integraal onderdeel van ons jaarverslag.
Door deze rapporteringsverplichtingen te blijven naleven, bevestigen we onze jarenlange staat van dienst op het vlak van informatieverschaffing over duurzaamheid en tonen we ons engagement om een duurzame en veerkrachtige economie te bevorderen. Onze sterke duurzaamheidsratings bevestigen deze inspanningen duidelijk.
We zijn ook trots dat we voor het vierde opeenvolgende jaar zijn opgenomen in de CDP Climate A-lijst. In 2026 publiceerde CDP voor het eerst ook scores voor de financiële sector voor de thema's bossen en waterzekerheid. KBC behaalde een 'B'-score in beide domeinen, wat de toenemende maturiteit van onze aanpak van deze belangrijke duurzaamheidsdomeinen weerspiegelt.
Daarnaast zijn we voor het zevende opeenvolgende jaar opgenomen in het S&P Global Sustainability Yearbook. Samen onderstrepen deze erkenningen de leidende rol van KBC op het vlak van informatieverschaffing over duurzaamheid.
Risicoverklaring
Omdat we hoofdzakelijk actief zijn als bank-verzekeraar en vermogensbeheerder, zijn we blootgesteld aan een aantal typische risico’s voor de financiële sectoren, zoals – maar zeker niet uitsluitend – kredietrisico, kredietrisico van tegenpartijen, concentratierisico, interestrisico, muntrisico, marktrisico, liquiditeits- en financieringsrisico, risico van aangegane verzekeringsverplichtingen, wijzigingen in de regelgeving, operationeel risico, betwistingen van klanten, concurrentie van andere en nieuwe spelers en de economie in het algemeen. Hoewel KBC al die risico's nauwlettend opvolgt en beheert binnen een strikt risicokader, kunnen ze toch een negatieve invloed hebben op de waarde van activa of bijkomende kosten genereren boven de verwachte niveaus.
Momenteel wordt een aantal factoren als de belangrijkste uitdagingen beschouwd voor de financiële sector in het algemeen. Die factoren komen vooral voort uit geopolitieke risico's die de afgelopen jaren aanzienlijk zijn toegenomen (waaronder de oorlog in Oekraïne, conflicten in het Midden-Oosten, handelsoorlogen als gevolg van het Amerikaanse tariefbeleid en, recenter, spanningen over Groenland). Deze risico's resulteren of kunnen resulteren in schokken voor het wereldwijde economische systeem (bv. bbp en inflatie) en de financiële markten (inclusief rentetarieven). Ook de Europese economieën, waaronder de thuismarkten van KBC, worden beïnvloed en dat creëert een onzeker bedrijfsklimaat, ook voor financiële instellingen. De onzekerheid over de regelgeving en compliancerisico's (met betrekking tot de kapitaalvereisten, de antiwitwasregelgeving, GDPR en ESG/duurzaamheid) blijven eveneens een overheersend thema in de sector, evenals een betere bescherming van de consument. Digitalisering (met technologie en AI als katalysator) creëert zowel kansen als bedreigingen voor het businessmodel van traditionele financiële instellingen, terwijl klimaat- en milieugerelateerde risico's hand over hand toenemen. Het cyberrisico is de voorbije jaren een belangrijke bedreiging geworden, niet alleen voor de financiële sector, maar voor de economie in haar geheel. De oorlog in Oekraïne en geopolitieke spanningen in het algemeen hebben wereldwijd geleid tot een toename van het aantal cyberaanvallen. Ten slotte zagen we regeringen in heel Europa aanvullende maatregelen nemen om hun begrotingen te ondersteunen (via hogere belastingbijdragen van de financiële sector) en ook hun burgers en bedrijven (door bijvoorbeeld renteplafonds op leningen in te voeren of aan te dringen op hogere rentes op spaarrekeningen).
We verstrekken informatie met betrekking tot het risicobeheer in ons jaarverslag, onze kwartaalverslagen en risk reports, die allemaal beschikbaar zijn op www.kbc.com.
Onze kijk op economische groei
De economische activiteit in de VS groeide in het vierde kwartaal van 2025 met naar schatting 0,7% (niet op jaarbasis), tegenover 1,1% in het derde kwartaal. Dit was vooral het gevolg van de veerkrachtige arbeidsmarkt en bedrijfsinvesteringen. De algemene groeidynamiek in 2026 zal waarschijnlijk grotendeels stabiel blijven overeenkomstig het potentieel.
De groei van de economie van de eurozone in het vierde kwartaal (0,3%) lag in de lijn van die in het derde kwartaal (met een groei in onze kernlanden België, Tsjechië, Hongarije, Slowakije en Bulgarije van respectievelijk 0,2%, 0,5%, 0,2%, 0,2% (raming) en 0,9% (raming)). Over het algemeen wordt verwacht dat de groei in de eurozone en onze kernmarkten in de loop van 2026 gematigd zal versnellen als gevolg van begrotingsuitgaven, infrastructuurinvesteringen en particuliere consumptie.
Het mondiale handelsklimaat blijft echter uitdagend en recente geopolitieke risico's, zoals terugkerende en escalerende handelsspanningen, nemen opnieuw toe met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor de kernmarkten. Het grootste interne risico blijft politieke onzekerheid, met bijvoorbeeld de komende parlementsverkiezingen in Bulgarije en Hongarije.
Onze kijk op rentevoeten en wisselkoersen
In de eurozone daalden de algemene en de kerninflatie in januari tot respectievelijk 1,7% en 2,2%. Hoewel de kerninflatie nog steeds hoog is, zal deze naar verwachting geleidelijk verder dalen richting het streefcijfer van 2%. De inflatie in de eurozone zal in 2026 waarschijnlijk tijdelijk onder het streefcijfer van 2% uitkomen als gevolg van de ontwikkeling van de energieprijzen ten opzichte van vorig jaar. In de VS bleven de algemene en de kerninflatie in december stabiel op respectievelijk 2,7% en 2,6%, maar ze bleven (beide) hardnekkig boven de doelstelling van de Fed. Van beide wordt echter ook verwacht dat ze op middellange termijn geleidelijk convergeren naar het streefcijfer van 2%.
De ECB bevestigde tijdens haar beleidsvergadering in februari opnieuw haar depositorente van 2% en gaf daarmee aan dat ze in een 'goede positie' verkeert om indien nodig te reageren op toekomstige gebeurtenissen. We besluiten hieruit dat 2% waarschijnlijk de bodem is van de rentecyclus van de ECB.
In het vierde kwartaal verlaagde de Fed zijn beleidsrente twee keer met telkens 25 basispunten tot 3,625%. Gezien de veerkracht van de Amerikaanse arbeidsmarkt en het feit dat de inflatie nog steeds boven de doelstelling ligt, pauzeerde de Fed de rente tijdens zijn beleidsvergadering in januari. Een renteverlaging in het derde kwartaal, gevolgd door nog een in het vierde kwartaal (telkens met 25 basispunten) zal de beleidsrente waarschijnlijk terugbrengen naar een 'neutraal' niveau tegen eind 2026.
Sinds het begin van het vierde kwartaal zijn de Duitse en de Amerikaanse tienjaarsrente met respectievelijk ongeveer 20 en 10 basispunten gestegen tot hun huidige niveau van ongeveer 2,85% en 4,30%. Terwijl de hogere Duitse rente vooral het gevolg was van een verdere decompressie van de termijnpremie, werd de stijging van de Amerikaanse rente vooral veroorzaakt door hogere risicopremies op Amerikaanse activa naar aanleiding van een nieuwe golf van geopolitieke risico's.
De Tsjechische Nationale Bank (CNB) liet haar beleidsrente tijdens de beleidsvergadering in februari ongewijzigd op 3,50%, wat waarschijnlijk het dieptepunt van haar versoepelingscyclus zal zijn. De CNB zal dit licht restrictieve rentebeleid wellicht nog enige tijd handhaven om het onderliggende opwaartse inflatierisico onder controle te krijgen. Door de ondersteunende rente en het algemene convergentieproces van de Tsjechische economie verwachten we dat de Tsjechische kroon de komende kwartalen verder zal appreciëren ten opzichte van de euro.
De Hongaarse centrale bank houdt haar beleidsrente al sinds september 2024 ongewijzigd op 6,50%. We verwachten de volgende renteverlaging op zijn vroegst in de tweede helft van 2026. Het monetaire beleid zal nog geruime tijd restrictief blijven om de inflatie onder controle te krijgen via een "sterke forint"-beleid. Niettemin zal de structureel hogere Hongaarse inflatie ten opzichte van de eurozone waarschijnlijk leiden tot een geleidelijke depreciatie van de forint ten opzichte van de euro.
Onze verwachtingen
Verwachtingen voor het boekjaar 2026 (nieuw)
- Totale opbrengsten: minstens +9,9% jaar-op-jaar (minstens +6,8% op autonome basis).
- Nettorente-inkomsten: minstens 6 725 miljoen euro (minstens 6 500 miljoen euro op autonome basis, ondersteund door een organische groei van het kredietvolume met ongeveer 5%).
- Verzekeringsinkomsten (vóór afgestane herverzekering): minstens +7,5% jaar-op-jaar (hetzelfde op autonome basis).
- Exploitatiekosten (exclusief bank- en verzekeringsheffingen): minder dan +7,7% jaar-op-jaar (minder dan +3,4% op autonome basis).
- Gecombineerde ratio: minder dan 91% (hetzelfde op autonome basis).
- Kredietkostenratio: ruim onder de kredietkostenratio over de hele cyclus van 25-30 basispunten (hetzelfde op autonome basis).
Verwachtingen op middellange tot lange termijn (nieuw, inclusief wisselkoerseffecten en afgeronde fusies en overnames, d.w.z. 365.bank en Business Lease)
- Totale opbrengsten (CAGR 2025-2028): minstens +7,7%.
- Nettorente-inkomsten (CAGR 2025-2028) minstens +8,6%.
- Verzekeringsinkomsten (vóór afgestane herverzekering) (CAGR 2025-2028): minstens +7,5%.
- Exploitatiekosten (exclusief bank- en verzekeringsheffingen) (CAGR 2025-2028): minder dan +4,3%.
- Kosten-inkomstenratio (exclusief bank- en verzekeringsheffingen): minder dan 38% tegen eind 2028 (inclusief betaalde verzekeringsprovisies voor het boekjaar 2028 van ten minste 533 miljoen euro, in de teller).
- Gecombineerde ratio: minder dan 91%.
- Kredietkostenratio: ruim onder de kredietkostenratio over de hele cyclus van 25-30 basispunten.
| Verwachtingen voor boekjaar 2026 | Gerapporteerd FY2025 | Verwachtingen FY2026 op autonome basis | inclusief alles |
|---|---|---|---|
| Totale opbrengsten | 12,2 miljard euro | minstens +6,8% | minstens +9,9% |
| Nettorente-inkomsten | 6,07 miljard eruo | minstens 6 500 miljoen euro | minstens 6 725 miljoen euro |
| Organische groei van het kredietvolume | +7,4% | ongeveer +5,0% | |
| Verzekeringsinkomsten (vóór afgestane herverzekering) | 3,20 miljard euro | minstens +7,5% | minstens +7,5% |
| Exploitatiekosten (exclusief bank- en verzekeringsheffingen) | -4,60 miljard euro | minder dan +3,4% | minder dan +7,7% |
| Kosten-inkomstenratio (exclusief bank- en verzekeringsheffingen, maar inclusief betaalde verzekeringsprovisies) | 41% | ongeveer 40% | |
| Gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen | 87% | minder dan 91% | minder dan 91% |
| Kredietkostenratio | 13 basispunten | ruim onder 25-30 basispunten | ruim onder 25-30 basispunten |
Dividend- en kapitaalaanwendingsbeleid (zoals gegeven bij de resultaten over het eerste kwartaal van 2025)
- Dividendbeleid:
o uitkeringsratio (inclusief AT1-coupon) tussen 50% en 65% van de geconsolideerde winst van het boekjaar;
o een interim-dividend van 1 euro per aandeel in november van elk boekjaar als voorschot op het totale dividend. - Kapitaalaanwendingsbeleid:
o We streven ernaar bij de beter gekapitaliseerde financiële instellingen in Europa te blijven.
o Elk jaar zal de Raad van Bestuur bij de bekendmaking van de jaarresultaten naar eigen goeddunken een beslissing nemen over de aanwending van kapitaal. De focus zal voornamelijk liggen op verdere organische groei en fusies en overnames.
o We beschouwen een unfloored fully loaded common equity ratio van 13% als het minimum.
o We zullen de AT1- en tier 2-buckets binnen de P2R opvullen en SRT's (Significant Risk Transfers) gaan gebruiken als onderdeel van een programma om de risicogewogen activa te optimaliseren.
Verklaring van de bedrijfsrevisor
De commissaris-revisor, KPMG Bedrijfsrevisoren BV - Réviseurs d'Entreprises SRL, vertegenwoordigd door Kenneth Vermeire en Stéphane Nolf, heeft bevestigd dat zijn controlewerkzaamheden, die grotendeels zijn afgerond, tot op heden geen betekenisvolle zaken aan het licht hebben gebracht die aanpassingen vereisen van de boekhoudkundige informatie opgenomen in het deel "Verkorte tussentijdse geconsolideerde jaarrekening volgens IFRS 4kw 2025 en boekjaar 2025" van dit persbericht.
In het kader van de wettelijke opdracht tot het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap die moet worden opgenomen in het jaarverslag over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025, opgesteld overeenkomstig artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, heeft de commissaris-revisor, KPMG Bedrijfsrevisoren BV - Réviseurs d'Entreprises SRL, vertegenwoordigd door Kenneth Vermeire en Steven Mulkens, die door de Algemene Vergadering werd aangesteld voor deze opdracht, op basis van de tot op heden uitgevoerde werkzaamheden tot het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid bevestigd dat hij geen kennis heeft van aangelegenheden die zouden leiden tot een gewijzigde conclusie met betrekking tot deze opdracht.
Verwachtingen voor boekjaar 2028
| Gerapporteerd FY2025 | Verwachtingen FY2028 inclusief alles | |
|---|---|---|
| Totale opbrengsten | 12,2 miljard euro | CAGR (2025-2028) minstens +7,7% |
| Nettorente-inkomsten | 6,07 miljard eruo | CAGR (2025-2028) minstens +8,6% |
| Verzekeringsinkomsten (vóór afgestane herverzekering) | 3,20 miljard euro | CAGR (2025-2028) minstens +7,5% |
| Exploitatiekosten (exclusief bank- en verzekeringsheffingen) | -4,60 miljard euro | CAGR (2025-2028) minder dan +4,3% |
| Kosten-inkomstenratio (exclusief bank- en verzekeringsheffingen, maar inclusief betaalde verzekeringsprovisies) | 41% | minder dan 38% |
| Gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen | 87% | minder dan 91% |
| Kredietkostenratio | 13 basispunten | ruim onder 25-30 basispunten |
Agenda en verwijzingen
Agenda
- Jaarverslag boekjaar 2025: 1 april 2026
- Jaarlijkse algemene vergadering: 7 mei 2026
- Resultaten 1kw2026: 12 mei 2026
- Dividend: ex-coupondatum: 18 mei 2026, boekingsdatum: 19 mei 2026, betaaldatum: 20 mei 2026 (onder voorbehoud van goedkeuring door de AVA)
- Andere events: www.kbc.com / Investor Relations / Financiële kalender
Meer informatie over het verslagkwartaal
Kwartaalverslag: www.kbc.com / Investor Relations / Rapporten
Bedrijfspresentatie: www.kbc.com / Investor Relations / Presentaties
Kurt De Baenst
Investor Relations, KBC Groep
+ 32 472 50 04 27 – kurt.debaenst@kbc.be
Katleen Dewaele
directeur Corporate communicatie/woordvoerster KBC Groep
+ 32 475 78 08 66 – katleen.dewaele@kbc.be
KBC Groep NV – Havenlaan 2, 1080 Brussel
KBC persberichten zijn beschikbaar op www.kbc.com of kunnen worden verkregen door een e-mail te sturen naar pressofficekbc@kbc.be
* Dit nieuwsbericht bevat informatie waarop de Europese transparantieregelgeving voor beursgenoteerde bedrijven van toepassing is.